De Geschiedenis van Henna 

Het gebruik van henna/mehndi bestaat al ruim 5000 jaar en vindt haar oorsprong in Egypte. Het zat toen niet in nette tubes, maar gewoonweg in een pot. Elke dag zette Cleopatra met een stokje een lijntje om haar ogen met henna. Henna heeft van nature een aardkleur. Door het elke dag op dezelfde plek aan te brengen wordt de kleur steeds donkerder, bijna zwart. Dit was één van de eerste fashion statements. Met de val van van Egypte verdween ook het gebruik van henna als versiering voor de huid.

Vanuit Egypte werd er handel gedreven met Zuid Europa. Hier werd het voor het eerst gebruikt bij bruiloften. Alexander de Grote nam de plant vervolgens mee naar Noord India. Hier werd het opgepikt door de Moghuls. Vanuit daar werd het verspreid naar andere delen van India.

Henna werd voornamelijk in de handpalmen, vingertoppen en onder de voetzolen gesmeerd. Waarom? Henna werkt verkoelend, rustgevend en is meteen een natuurlijke sunblock.

Tegenwoordig zijn er veel verschillende henna designs te vinden. De meeste patronen hebben een betekenis, zoals bescherming en welvaart. Maar dit bestaat nog relatief kort, namelijk 500 jaar. Het is bij bruiloften in de Hindoestaanse, de Marokkaanse, de Turkse en andere Oosterse gemeenschappen heel normaal om de handen en voeten van de bruid te versieren met een mooie henna design. De henna wordt aangebracht, deze droogt op en na een aantal uur wordt het eraf geschraapt. Men zegt: hoe donkerder de kleur hoe meer je toekomstige man van je zal houden.

Henna is een heel natuurlijke en veilige manier om je lichaam te versieren.

Lawsonia Inermis - de hennaplant

Hennapoeder komt van het fijngemalen blad van de Lawsonia Inermis struik. Een struik die niet overal groeit en vooral voorkomt in warme gedeeltes van de wereld zoals India, het Midden-Oosten en Afrika. De blaadjes worden geplukt, gedroogd en daarna fijngemalen tot een poeder. Dit is de poeder die je in de winkel koopt.